na de oorlog

In 1945 werden de brandweerzaken energiek aangepakt. Op 26 juli werd de Nederlandsche Vereeniging van Brandweer Commandanten (N.V.B.C.) opgericht. Men vond dat de oude Koninklijke Nederlandsche Brandweer Vereeniging in de oorlogstijd ter ziele was gegaan. Onder de minister van Binnenlandse Zaken werd de in de oorlog opgerichte inspectie voor het brandweerwezen omgevormd tot een deskundig adviesorgaan op het gebied van de brandweer. De hechte samenwerking vande NVBC en de inspectie voor het brandweerwezen leidde ertoe bij dat bij de brandweren in ons land meer uniform gewerkt kon worden. In Amsterdam werd de Rijksbrandweerschool opgericht. De eerste cursisten kregen een speciale opleiding voor instructeur. De brandweer kon eindelijk weer gaan opbouwen.

De inspectie voor het brandweerwezen ging er goed tegenaan. In gemeenten waar nog geen brandweerkorps was, werd er direct een opgericht. Veel gemeentes werkten echter niet zomaar mee. De herinnering aan de Duitse bezetting zorgde voor veel tegenstand ten opzichte van veel overheidsbemoeienissen. Veel brandweertechnici maakten zich desondanks sterk voor een groter georganiseerd apparaat. Zij dachten aan een organisatie op rijksniveau. Het kwam er niet van. Op 23 juni 1952 werd na veel overleg de nieuwe brandweerwet van kracht, waarin de zorg voor de brandweer weer bij de gemeente werd gelegd. De KNBV werd de vertegenwoordiger van de gemeentebesturen, de NVBC van de brandweertechnici en de rijksinspectie adviseerde iedereen en waakte over de kwaliteit van de brandweer. In de tweede helft van de vijftiger jaren nam de brandweer een enorme sprong voorwaarts. De rijksinspectie organiseerde op grote schaal cursussen en opleidingen voor het behalen van diploma's. Men ging zich steeds meer toeleggen op instructie, cursussen en brandpreventie. Er werden regionale samenwerkingsverbanden opgericht voor de organisatie van de opleidingen, oefeningen en wedstrijden. De brandweer ging zich ook steeds meer toeleggen op het verlenen van hulp aan burgers in nood, en niet alleen het blussen van branden.


Door de industriële ontwikkelingen werd de brandweer voor nieuwe problemen geplaatst. Het vervaardigen van kunststofproducten als nylon en plastic maakt een enorme ontwikkeling door. Het vervoer van gevaarlijke stoffen die nodig zijn om deze producten te maken, nam steeds grotere vormen aan. De brandweer moest moderniseren om deze ontwikkelingen bij te kunnen houden. Er kwamen speciale deskundigen voor ongevallen met gevaarlijke stoffen, die later ook speciale auto's en meetapparatuur kregen. Voor de hulpverleningen bij grote ongevallen moest meer materiaal aangeschaft worden en dankzij de ontwikkelingen in de radiotechniek werd het ook mogelijk om alle voertuigen uit te rusten met mobilofoons en portofoons. Voor de coordinatie daarvan bij een grote inzet moesten dan weer speciale verbindings-/commandowagens komen.
Om al die grote uitgaven voor de brandweer binnen de perken te houden, werden regionale brandweren opgericht, die zorgden voor de alarmcentrales, verbindingen en voertuigen die gezamenlijk gekocht werden, zodat het voor de kleinere gemeenten betaalbaar bleef. In 1985 werden die regionale brandweren erkend in de nieuwe Brandweerwet. Tegelijkertijd kwam er ook een Rampenwet, waarin de regionale brandweren de opdracht kregen om de grootschalige rampenbestrijding mogelijk te maken. Dat was nodig, omdat de oorlogs-hulporganisatie Bescherming Bevolking (BB) werd opgeheven. Die BB beschikte voor het geval de derde wereldoorlog zou uitbreken over grote voorraden hulpgoederen en geneeskundig materiaal. Dat ging nu allemaal over naar de brandweerregio's. De geneeskundige hulpverlening werd een taak van de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten. Kort geleden is begonnen met de reorganisatie van de geneeskundige hulpverlening, waarbij modere inzichten in medische hulp een rol spelen.

Het hele stedelijke milieu veranderde. Er kwamen steeds hogere gebouwen, en het ontstaan van zogenaamde "woonerven" en verkeersdrempels maakt het allemaal niet gemakkelijker. Daarnaast gaan er steeds meer mensen en goederen de weg in, boven, en binnenkort ook onder Nederland. Een scala van veranderingen waardoor steeds nieuwe eisen worden gesteld aan de brandweer, tot aan de dag van vandaag.