 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 | tweede wereldoorlog |
|
|
|
|
Op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen Nederland binnen. Dit betekende voor Nederland het begin van de tweede wereldoorlog. Om vier uur 's ochtends werd Schiphol gebombardeerd door de Duitsers. De Amsterdamse brandweer rukte uit om te blussen, maar moest onderweg schuilen onder een viaduct omdat het bombardement nog in volle gang was. Toen het weer rustig was, reden de wagens door naar Schiphol. Het blussen kon beginnen. Ze waren nog maar nauwelijks bezig, of het volgende bombardement vond plaats. De eerste oorlogsdoden en -gewonden bij de brandweer vielen.
Ook de eerste materiële schade voor de brandweer valt te betreuren: in Rotterdam werd een Ahrens Fox (bluswagen) totaal verwoest en een aantal andere bluswagens zwaar beschadigd. Met kunst- en vliegwerk, werden de beschadigde wagens weer opgelapt. Toen op 14 mei weer een aanval werd ingezet, bleek dat toch wel de genadeklap. De Rotterdamse brandweer kreeg het het zwaarst. Rotterdam werd op 14 mei, ten noorden van de Maas, zwaar getroffen. Vooral de voltreffer op de hoofdkazerne met alarmcentrale van de Rotterdamse brandweer maakte de blussers vleugellam. Een groot deel van het materieel was vernietigd of beschadigd en de brandweer had niet langer de beschikking over de voorraad blusgereedschap en dienstkleding. Ook de gehele brandweeradministratie ging in vlammen op.
Een ander probleem was dat door de bombardementen de waterleidingen kapot waren. Omdat de brandspuiten daar hun water vandaan haalden, werd het blussen nog moeilijker. Aloude problemen staken daarom weer de kop op; het water voor de brandspuiten moest weer uit grachten en open water opgepompt worden, waardoor panden die uit de buurt van het water liggen hopeloos verloren waren. Gelukkig kreeg de brandweer van Rotterdam steun van alle korpsen uit de buurt. Zo hielpen onder andere Den Haag, Schiedam, Delft, Vlaardingen, Haarlem en Amsterdam heldhaftig mee. Dankzij deze hulp waren de ergste branden in twee dagen geblust. Vanaf 17 mei ging de brandweer van Rotterdam verder met eigen materiaal. In afgebrande pakhuizen bleven de voorraden erwten en tabak nog maanden smeulen.
De tweede stad die zwaar getroffen werd, was Middelburg. Ook hier leverde de brandweer een praktisch verloren strijd. De stad werd bestookt door de Duitsers met granaten en al snel was Middelburg één grote vuurzee.
Op 19 mei waren alle gevechten voorbij. Nederland is bezet door de Duitsers en vanaf dat moment begon, voor zover mogelijk, het normale leven weer op gang te komen. De Duitse aanval had wel aangetoond dat de brandweer de organisatie moest aanscherpen. Veel bedrijven gaan dan ook over op een bedrijfsbrandweer en de hulpbrandweer wordt aanzienlijk uitgebreid. Die hulpbrandweer was aan het eind van de dertiger jaren opgericht en onderdeel van de Luchtbeschermingsorganisatie. De hulpbrandweer bestond uit vrijwilligers, maar tijdens de bezettingsjaren bleven de meesten op een arbeidscontract voor de duur van de oorlog verbonden aan de luchtbescherming.
Vanaf 1941 werd geprobeerd om de Nederlandse brandweer om te vormen in het Duitse model. In 1942 werd er zelfs een rijksbrandweer gevormd. Het was de bedoeling om te komen tot een regiment Rijksbrandweerpolitie, waarvan de compagnieën verspreid zouden worden op de plaatsen, waar zij het meest nuttig werkzaam konden zijn. Volgens het Besluit Brandweerwezen van 12 december 1943 werd de brandweertaak een onderdeel van de politie en werden de gemeentelijke beroepsbrandweren van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Haarlem, Groningen, Eindhoven en Arnhem omgevormd tot staatsbrandweerpolitie. Al het beroepsbrandweerpersoneel ging in staatsdienst over. In alle andere gemeenten bleven de brandweerkorpsen zelfstandig, zij het onder toezicht van de Rijksinspectie van het brandweerwezen. De gemeenten werden ondergebracht in kringen en de kerngemeente van zo'n kring was verplicht tot het geven van brandweerhulp aan andere gemeenten in de kring. De beroepsbrandweren konden hun personeelsbestand uitbreiden. Door de demobilisatie van het Nederlandse leger (het leger werd zo goed als opgeheven) kwamen er veel werkkrachten ter beschikking. In eerste instantie zag de Duitse bezetter het belang van een goed functionerende brandweer wel in.
Zoals alle overheidsdiensten zat de brandweer tijdens de Duitse bezetting in een lastig parket. Waar trek je de grens tussen burgerplicht en hand- en spandiensten verlenen aan de bezetter ? Echt gemakkelijk is het niet geweest, maar in de gelederen van de brandweer waren praktisch geen pro-Duitsers of NSB leden te vinden. Zowel in de leiding als de manschappen werden deze lieden nauwelijks de kans geboden door de sollicitatie-procedures te komen. Daarentegen waren veel verzetsmensen wel in dienst van de brandweerkorpsen. De brandweer was dus over het algemeen goed in de oorlog. Logisch gevolg was dat de brandweer alles deed, wat in hun macht lag, om het verzet te helpen. Maar hoe doe je dat ? Juist, door op de geschikte momenten niets te doen. Een voorbeeld: in Den Haag brak een grote brand uit in het gebouw waar de bevolkingsregisters opgeslagen lagen. De brandweer trad daar, volgens de Duitsers, laks op. Verhalen gaan dat de brandweer hun waterstralen (met opzet) dusdanig richtten dat er van effectief blussen geen sprake was. Veel van het bevolkingsregister ging verloren.
In de eerste maanden van de bezetting had de brandweer dus een toeloop van personeel, maar na verloop van tijd veranderde dat. Veel mannen werden naar Duitsland gestuurd om daar te gaan werken. Anderen doken onder. Voor de overgebleven brandweermensen betekent dat langere diensten: twee maal 24 uurs dienst en éénmaal 24 uur vrij.
Eind 1944 begon het grote offensief van de geallieerde strijdkrachten. Het spreekt voor zich dat in deze periode het aantal branden talrijk was. Een belangrijk probleem dat zich voordeed, was het tekort aan benzine. Met behulp van de nodige kunstgrepen wist de brandweer de blus- en reddingtaken te blijven doen. Op 5 mei 1945 is het eindelijk zover: vrede ! Het einde van een periode van grote geestelijke druk is voorbij.
|
|
 |
 |
 |
 |
|
 |