Ook op het gebied van alarmeren veranderde een hoop. Vroeger was er een torenwachter die in geval van brand de (nood)klok luidde of de klepperman die met zijn ratel door de stad ging. Tot aan het begin van deze eeuw ging het zo. Maar de communicatiemiddelen ontwikkelden zich en daarmee ook de alarmeringmiddelen. De telefoon werd uitgevonden. Een grote stap voorwaarts. In de begintijd van de telefoon hadden maar een paar mensen zo'n apparaat in huis. Openbare telefoons waren er nog niet. Brak er brand uit, dan kon men bij particulieren thuis de brandweer bellen. De te draaien nummers waren met affiches op straat terug te vinden. Er waren vaste adressen waar je voor zo'n telefoontje terecht kon. In de grote steden vond men dit niet genoeg: er werd een "brandweertelegraaf" aangelegd.
Wat hield de "brandweertelegraaf" in ? Er werden op verschillende plaatsen in de stad en in de belangrijke openbare gebouwen brandmelders neergezet. Deze brandmelders waren op hun beurt weer aangesloten op een telegraafkamer in een brandweerkazerne, meestal de hoofdkazerne. De brandmelder kon in werking worden gesteld door een ruitje in te slaan of aan een touwtje te trekken. Vervolgens werd er door de brandmelder een morseteken doorgeseind naar de (hoofd)brandweerkazerne. Elke locatie had zijn eigen nummer, dat ook uit morsetekens op te maken viel. De brandwacht-telegrafist wist hierdoor meteen waar de brand was en waarschuwde de dichtbijzijnde brandweerkazerne.
De brandmeldingen kwamen door dit telegraafsysteem veel sneller binnen. Er kleefde echter ook een nadeel aan: veel "burgers" maakten, voor de lol, misbruik van de openbare brandmelders. Dit gebeurde zo vaak dat de Haagse brandweer een speurhond in dienst nam om de "lolbroek" op te sporen en te bestraffen. Helaas heeft de hond nooit een "lolbroek" kunnen vinden. Het telegraafsysteem was dus zeer nuttig, maar alleen weggelegd voor de grote steden. De kosten waren te hoog voor de kleinere steden. Langzaamaan wordt het telegraafsysteem vervangen door de telefoon, die wel betaalbaar begon te worden voor iedereen.