 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 | Jan van der Heiden |
|
|
|
|
Jan van der Heiden werd op 15 maart 1637 geboren in Gorkum. Toen hij twaalf jaar was, verhuisde hij naar Amsterdam. Daar ontwikkelde hij zich niet alleen tot kunstschilder, maar ook tot groot technicus en uitvinder. Tot 1672 maakte men vooral gebruik van de zogenaamde "Hautsch-spuit": een door Johannes Hautsch ontworpen brandspuit. Er zaten duidelijke nadelen aan de spuit: het was een groot, log geval, waarvoor tientallen mannen nodig waren om hem te verplaatsen. Daarnaast moest de spuit zo dicht mogelijk bij de brandhaard worden geplaatst, waardoor er bij instorting van het brandende gebouw vaak slachtoffers vielen.
|
|
|
|
|
Dit alles irriteerde Jan van der Heiden enorm. Samen met zijn broer Nicolaes ging hij aan de slag en bracht aanzienlijke verbeteringen aan op de "Hautsch-spuit". Als eerste verbetering bracht hij een leren slang aan tussen de pomp en de straalpijp. Door die leren slang werd het mogelijk om het bluswater op de juiste plaats te brengen: de brandhaard. Er hoefde dus niet meer van grote afstand "gemikt" te worden; de brand kon op een veel mobielere manier geblust worden.
Op de tweede plaats boog hij zich over de watertoevoer. De eerste spuiten moesten gevuld worden met emmertjes water, voordat er gespoten kon worden. Omdat het aandragen van dat water meestal langer duurde dan het leegspuiten van de pomp, werkten de spuiten bijna nooit op maximale capaciteit. Jan van der Heiden maakte een grote, linnen waterzak met een slang en schraagpomp daaraan vast. De linnen waterzak kon veel dichter bij het water worden gezet. In eerste instantie werd het water met behulp van de bekende emmertjes in de waterzak gegoten, maar in een later stadium werd een hulppomp aan de waterzak bevestigd. Het water werd zo in de waterzak gepompt en doorgegeven aan de brandspuiten. Nog later werd de waterzak in zijn geheel overbodig. Aan de schraag zelf werd een hulppomp bevestigd waardoor het water direct uit de gracht gepompt kon worden. Voordat Van der Heiden deze uitvinding op de markt bracht, waren er echter al weer vijftien jaar verstreken.
|
|
|
Jan van der Heiden was ook een zakelijk ingesteld man. Om zijn revolutionaire pompen aan de man te brengen, maakte hij in 1690 een soort reclameboek. In dat boek stonden 25 pentekeningen van hemzelf.
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
 |