wetgeving

Naast al deze onveilige omstandigheden, was het ook aan de mensen zelf te wijten dat er vaak brand uitbrak. Van brandpreventie had uiteraard nog niemand gehoord. In de steden, waarin materialen als hout, stro en zelfs buskruit lagen opgeslagen, namen de inwoners het niet zo nauw met de brandveiligheid. Het was niet zozeer dat ze onverschillig waren, maar er was meer onbegrip.

Eindelijk werd er in 1521 een stap in de goede richting gezet. Karel V vaardigde in dat jaar een ordonnantie (dat is een soort wet) uit, waardoor het bouwen van huizen anders dan van steen verboden werd. Een stap in de goede richting dus, maar het effect was zeker niet optimaal. In de grote steden hield men zich enigszins aan die wet, maar in de kleinere steden en dorpen lapte men hem aan de laars. De voornaamste reden was geld. Het was in die tijd veel goedkoper om een huis te bouwen van hout dan met steen. Vooral in havendorpen of dorpen, waar de houthandel het levendigst was, werden nog gewoon houten huizen neergezet. In de steden waar wel geprobeerd werd de wet na te leven, was de controle daarop minimaal. Ook hier miste de wet zijn uitwerking behoorlijk. De branden braken dus nog volop uit. Na elke brand schrok het stadsbestuur even wakker en vaardigde meteen nieuwe regels uit. Maar ook zit zette, dankzij het gebrek aan controle, geen zoden aan de dijk.

Naast de regels die eigenlijk betrekking hadden op de bouw en de beperkingen die de mensen werden opgelegd ten aanzien van de opslag van brandgevaarlijke stoffen (zoals hout, stro en buskruit), waren er ook voorschriften over hoe de "burger" moest handelen in geval van brand en het brandweermateriaal (aantallen emmers, ladders, etc.) dat per wijk aanwezig moest zijn. Van echt organiseren was geen sprake: de burger werd slechts verplicht om bij brand alarm te slaan door luidkeels "brand" te roepen en "de handen uit de mouwen te steken".

De benadering van de bluswerkzaamheden week ook behoorlijk af van wat de brandweer vandaag de dag doet. Aan de brand zelf (de vuurhaard) werd nauwelijks aandacht geschonken. De middelen en tactieken om het vuur te bestrijden schoten daarvoor ernstig tekort. Men lette hoofdzakelijk op het beperken van de schade en uitbreiding van de brand. De daken van de huizen in de omgeving werden afgedekt met natte zeildoeken om uitbreiding te voorkomen.